Niet-concurrentiebeding
Ook bekend als: concurrentieverbod, non-concurrentieclausule
In het arbeidsrecht is een niet-concurrentiebeding slechts geldig als het aan vier cumulatieve voorwaarden voldoet. Het moet schriftelijk zijn overeengekomen, beperkt in tijd (maximum 12 maanden na uitdiensttreding), beperkt in geografisch gebied (enkel de regio waar de werknemer daadwerkelijk actief was), en de werknemer moet een vergoeding ontvangen van minimum 50% van zijn brutoloon voor de betrokken periode.
In commerciële overeenkomsten (franchising, aandeelhoudersovereenkomsten, overnamecontracten) gelden soepelere regels. De beperkingen moeten wel proportioneel zijn: een te lang, te breed of te zwaar beding riskeert door de rechtbank te worden gematigd of vernietigd. De rechter weegt de bescherming van het legitiem belang van de opdrachtgever af tegen de vrijheid van beroepsuitoefening van de wederpartij.
Wie een niet-concurrentiebeding overtreedt, riskeert het betalen van een contractuele boete (als die is opgenomen in het contract) en een schadevergoeding voor bewezen schade. De voormalige werkgever of partner kan ook een kortgedingprocedure opstarten om de overtreding te laten stopzetten via een rechterlijk verbod.
Verder lezen
- Ingebrekestelling — Een ingebrekestelling is een formele brief waarin u iemand officieel in gebreke stelt om e…
- Verjaring — Verjaring is het verlies van het recht om iets juridisch af te dwingen omdat de wettelijke…
- Verbrekingsvergoeding — Een verbrekingsvergoeding is de vergoeding die een werkgever betaalt wanneer hij een arbei…